VVD-Kamerlid Duisenberg: “Ik mis ambitie”

Publicatiedatum: 14-02-2017 09:00

Midden in de verkiezingstijd pleit VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg voor veel meer ambitie in ons internationaliseringsbeleid. Hoger onderwijs als exportproduct: naar drie keer zoveel internationale studenten in 2025. “Voor mij is dit een abc’tje.’’

Pieter Duisenberg baseerde zijn plan ‘The Netherlands’ Education Strategy’ op de internationaliseringsstrategie van de Canadese regering uit 2014. Hierin mikt Canada op 450.000 internationale studenten in 2022: bijna 200.000 meer dan in 2012. De opbrengsten moeten navenant stijgen.

pieter duisenberg 2

Foto: Henriëtte Guest

Wat is er niet goed aan het huidige internationaliseringsbeleid van Nederland?

“Ik mis concrete doelen en ambitie. Er is in deze kabinetsperiode heus wel wat bereikt, maar er is veel meer mogelijk. Er is een enorm potentieel aan internationale studenten, we hebben toponderwijs en er is een groeiende behoefte om dat talent voor onze kenniseconomie te behouden. Het is heel nuttig om na te denken wat de potentie van internationalisering kan zijn en daar een discussie over te voeren.”

Uw plan voor Nederland is in feite een kopie van het Canadese plan. Wat spreekt u zo aan in de strategie van de Canadezen?

“Canada heeft een concreet doel geformuleerd en laat zien welke acties ervoor nodig zijn om dat doel te bereiken. Bij ons wordt gezegd: hier staan we, we gaan ons best doen en hopelijk komen we dan een stukje verder. Een strategie is zeggen: ik zit in A, ik wil naar B, en zo kom ik daar. Nederland denkt vanuit A. Ik wil, net zoals Canada dat doet, op punt B starten en dan terugvertalen wat daarvoor nodig is. Bijvoorbeeld op het gebied van branding, het curriculum en huisvesting.

Als ik de strategie van Canada doortrek naar Nederland, kom ik op 225.000 internationale studenten in 2025. Voor de VVD is dit geen in beton gegoten doelstelling’’, maar dit is wel de mate van concreetheid die wij wenselijk vinden. Mijn plan draait overigens niet alleen om de inkomende studenten. Ook op de uitgaande mobiliteit willen we fors inzetten.”

De ‘war on talent’ is heftig. Canada investeert miljoenen dollars in internationalisering, onder andere via beurzen. Waar moet in Nederland het geld vandaan komen om zo veel internationale talenten over de streep te trekken?

“Ik vind het zo jammer dat dit vaak de eerste vraag is. Ik ben er niet tegen om hier geld voor uit te trekken. Maar het gaat mij in eerste instantie om een andere denkwijze. Namelijk: wat is er nodig, als we het niveau van Canada willen bereiken? Als er vervolgens een goed doortimmerd plan ligt, kunnen we keuzes gaan maken. Zijn we bereid om onderwijs op de eerste plaats te zetten bij handelsmissies? Zijn we bereid de wetgeving rond visa aan te passen? Waar vestig je de Neso-kantoren? En tot slot komt dan ook de vraag of we meer geld willen investeren in beurzen.”

Minister Bussemaker zei dat uw businessplan haar doet denken aan de ‘kennis, kunde, kassa’-benadering van het kabinet Rutte-I. Voor haar is de maatschappelijke opdracht van het onderwijs uitgangspunt bij internationalisering. Wat vindt u van die benadering?

Het een sluit het ander niet uit. Dit kan hand in hand gaan. Mij gaat het om de vraag: wat is goed voor Nederland en voor de Nederlandse student? Die heeft belang bij een welvarend Nederland en bij de international classroom. Ik benader het wel degelijk ook economisch, want dit is voor mij een abc’tje. We hebben geweldig onderwijs, een krimpende bevolking, we hebben talent nodig en er is een groot potentieel aan internationale studenten. Waarom zou Nederland minder kans maken dan Canada?”

In Australië is het hoger onderwijs een van de belangrijkste exportproducten. Critici vinden dat de commerciële aanpak is doorgeslagen. Zo wordt het studieaanbod bepaald door de vraag van internationale studenten. Vindt u dat wenselijk?

“Als je zo’n internationaliseringsstrategie opstelt, moet je ook kijken naar de risico’s ervan. Nederland is er goed in om met elkaar te kijken wat er fout kan gaan en dan maar iets niet te doen of je ambities af te vlakken. Maar je moet je kansen pakken en heel reëel met de risico’s omgaan. Belangrijke vraag is wat zo’n strategie betekent voor de onderwijspraktijk. Dit zijn strategische keuzes voor universiteiten en hogescholen. Die afweging en hoe je daarmee omgaat kunnen wij in Den Haag niet maken. Wij kunnen wel de ambitie faciliteren”

Hoe is uw plan ontvangen?

“Ik heb veel positieve reacties ontvangen. De teneur daarvan is dat het goed is om zulke ambities te formuleren, en dat OCW daarbij de regie zou moeten nemen. Ik begrijp dat er een nieuwe agenda in voorbereiding is. Wat mij betreft komt er een ‘Make it in the Netherlands!’ 3.0. Dus twee stappen erbij.”

Op 23 februari 2017 vindt in Nieuwspoort een verkiezingsdebat plaats over de binding van internationaal talent, georganiseerd door EP-Nuffic, VSNU, Vereniging Hogescholen, ISO en LSVb.

The Netherlands' International Education Strategy

Laatste wijziging: 13-02-2017 18:23